Verklarende woordenlijst
Bij het lezen over hemofilie komt u wellicht medische woorden en uitdrukkingen tegen die u niet goed kent. Hieronder staat een alfabetische lijst met verklaringen van medisch jargon die op deze website en/of in andere informatiebronnen vaak wordt gebruikt met betrekking tot hemofilie.
Antilichamen
'Inhibitoren of remmers', stoffen die de werking van toegediend factor VIII kunnen verminderen.
Bloedplasma
Vloeistof waarin de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes worden vervoerd. Ook bevinden zich hierin eiwitten zoals factor VIII.
Chromosomen
Structuur in de celkern. Hierin bevinden zich de genen, die op hun beurt weer bestaan uit DNA (erfelijke informatie).
DDAVP
Andere naam voor het geneesmiddel desmopressine, dat in staat is de hoeveelheid stollingsfactor VIII gedurende ongeveer 2 uur te verhogen. Het wordt bij patiënten met een lichte vorm van hemofilie o.a. preventief gebruikt bij chirurgische ingrepen en 'on demand' bij lichte bloedingen.
DNA
Een groot eiwit met daarin alle erfelijke informatie. Het bevindt zich in de genen.
Deficiëntie
'Gebrek aan' (hemofilie A is een stollingsfactor VIII-deficiëntie).
Erfelijkheid
Het van generatie op generatie doorgeven van eigenschappen (en ook ziektes via onze genen).
FVIII
Factor VIII.
Fibrine
Een eiwit dat is betrokken bij de stolling.
Formulering
Vorm waarin een geneesmiddel wordt toegediend; alles wat 'om' de werkzame stof 'heen' zit.
Halfwaardetijd
De tijd waarin de helft van de werkzame stof van een geneesmiddel het lichaam weer heeft verlaten. Het is een maatstaf voor de werkingsduur van een geneesmiddel.
Hepatitis
Ontsteking van de lever.
Inhibitoren
Zie onder antilichamen.
Kweekmedium
Vloeistof met voedingsstoffen waarin genetisch veranderde cellen groeien om het geneesmiddel te produceren.
Molecuul
Kleinste deeltje van een stof.
'On demand' behandeling
Geneesmiddel toedienen wanneer dit nodig is.
Profylaxe
Preventie. In dit verband het regelmatig toedienen van factor VIII om te voorkomen dat bloedingen optreden.
Recombinant
Het opnieuw rangschikken van genen. Hier betreft het het inbouwen van een stukje DNA (genen) met de code voor het aanmaken van natuurgetrouwe factor VIII in kweekcellen, die vervolgens het eiwit gaan produceren waarvoor het ingebouwde DNA codeert, namelijk factor VIII.
Remmers
Zie antilichamen.
Stollingsfactor
Stof die circuleert in het bloed en een noodzakelijke rol speelt bij de tweede fase van de bloedstolling. Er zijn 13 verschillende stollingsfactoren.
