Bayer Links

Stollingsproducten

De behandeling vroeger

Hemofilie is goed te behandelen, maar dat is nog helemaal niet lang het geval. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw werd een methode ontdekt om stollingsfactoren uit menselijk bloedplasma te zuiveren (cryoprecipitaat). Deze methode werd steeds meer verfijnd en uiteindelijk kon met behulp van donorbloed de ontbrekende stollingsfactor worden toegediend. Na een paar jaar gebruik ontdekte men de keerzijde daarvan: via producten uit menselijk bloed konden ook ziekteverwekkers worden overgedragen. Begin jaren tachtig bleken dan ook een aantal hemofiliepatiënten geïnfecteerd te zijn geraakt met het hiv- en het hepatitis B- en C-virus, omdat de stollingsfactoren die ze kregen uit menselijk bloed waren gemaakt dat besmet was. Sindsdien wordt donorbloed heel streng gecontroleerd op de aanwezigheid van virussen. En dat geldt nog steeds voor de huidige stollingsfactoren die uit menselijk plasma worden gewonnen.

Nieuwe ziekteverwekkers

Desondanks waren de besmettingen toch aanleiding om op zoek te gaan naar veiliger productiemethoden. Weliswaar worden met de nieuwe screeningtechnieken alle ons bekende virussen ontdekt, maar in bloed kan ook een ziekteverwekker zitten die nog niet bekend is. Dat betekent, dat er soms heel wat tijd voor nodig is voordat een nieuwe ziekteverwekker kan worden geïdentificeerd. En pas daarna kan gezocht worden naar behandelingsmethoden en preventieve maatregelen.

De problemen die zulke nieuwe ziekteverwekkers kunnen veroorzaken, lopen altijd op hun ontdekking vooruit. Zo is het bijvoorbeeld ook gegaan met het hiv-virus. Toen aan het begin van de jaren tachtig het virus kon worden aangetoond, waren er al veel mensen mee besmet. Mede daarom was het een bijzonder belangrijke stap in de geschiedenis van de hemofiliebehandeling toen in 1984 het DNA, dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van stollingsfactor VIII, helemaal in kaart gebracht werd. Met behulp van de zogenaamde recombinante productietechniek kon natuurgetrouwe stollingsfactor VIII 'nagemaakt' worden zonder dat daarvoor stollingsfactor uit menselijk bloed nodig was. Omdat het risico van een virusbesmetting met recombinant stollingsfactor VIII bijzonder klein is, worden recombinant stollingsproducten sinds de jaren negentig wereldwijd op brede schaal toegepast bij hemofilie A patiënten.

Recombinant DNA-technieken

Stollingsfactor acht wordt op verschillende manieren geproduceerd. Er kan menselijk bloed worden gebruikt, afkomstig van donoren. Daaruit worden dan de verschillende stollingsfactoren gehaald. Omdat donorbloed niet in onbeperkte hoeveelheden beschikbaar is en bij stollingsproducten, die uit plasma zijn gewonnen, in het verleden virusbesmettingen zijn opgetreden is er naarstig gezocht naar nieuwe methoden. En met succes.

Stollingsfactor acht wordt sinds 1989 ook via moderne recombinant DNA-technieken (rDNA) geproduceerd. Dat wil zeggen dat de stollingsfactor acht niet uit menselijk plasma wordt bereid, maar het factor acht-molecuul is wel een natuurgetrouwe kopie van het menselijke factor acht-molecuul. Dit wordt recombinant stollingsfactor genoemd. Deze recombinant stollingsfactoren kenmerken zich door o.a. hoge zuiverheid, effectiviteit en veiligheid, en ze worden wereldwijd veel toegepast. Een ander voorbeeld waar recombinant productietechnieken succesvol worden toegepast, is insuline voor de behandeling van diabetes (suikerziekte).

Snel zoeken

Enquête

Is er voldoende informatie over hemofilie op het internet?