Hemofilie A en B: gelijkenissen en verschillen

In het algemeen, wanneer iemand zich verwondt, zal het bloed binnen enkele minuten stollen, waardoor de aanzet wordt gegeven voor de genezing. Het bloed van personen die lijden aan hemofilie stolt niet zoals het hoort omdat een van de stollingsfactoren die noodzakelijk is voor de stolling ontbreekt of in te kleine hoeveelheid aanwezig is. Personen die kampen met hemofilie kunnen een tekort hebben aan het stollingseiwit factor VIII (factor acht). Deze factor kan volledig ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn. Dit type hemofilie wordt hemofilie A genoemd.

Bij personen die lijden aan hemofilie B (of Christmas disease) is er een tekort aan het stollingseiwit factor IX (factor negen). Deze bloedaandoening lijkt sterk op hemofilie A, maar komt veel minder vaak voor.

Beide vormen van hemofilie kunnen alleen door een bloedonderzoek van elkaar onderscheiden worden. Inderdaad, hemofilie A en B hebben dezelfde symptomen. Het onderscheid kan alleen worden gemaakt door de bloedplasmaconcentratie van de stollingsfactoren te onderzoeken.

Hemofilie A is zeldzaam: de aandoening wordt vastgesteld bij 1 op de 5.000 jongens. Hemofilie B komt voor bij 1 op de 30.000 jongens. De groep hemofiliepatiënten bestaat voor 85% uit hemofilie A- en voor 15% uit hemofilie B-patiënten.